Belastingaangifte en aftrekposten over 2010
Voor 1 april 2011 moet u aangifte doen voor uw inkomstenbelasting 2010.
FNV Zelfstandigen Bouw zet hier de belangrijkste informatie op een rij.
Het aangifteprogramma 2010 van de belastingdienst is beschikbaar. Hiermee doet u aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Wilt u uw aangifte weer vooraf laten invullen? Wacht dan met downloaden van het aangifteprogramma tot 1 maart 2011. De belastingdienst vult dan een deel van uw gegevens alvast voor u in. Zo doet u gemakkelijk en snel aangifte. Meer over de aangifte 2010.
Veranderingen belastingjaar 2010
Wanneer bent u ondernemer?
Welke rechten en plichten heeft u?
Wat moet u weten over de Fiscale Oudedagsreserve (FOR)?
Waaruit bestaat de ondernemersaftrek?
Welke aftrekposten zijn nog meer interessant?
Welke belastingtarieven gelden voor de aangifte 2010?
Samen aangifte doen: fiscaal partnerschap
Veranderingen belastingjaar 2010
• Voor 2010 zijn enkele belastingmaatregelen voor de zelfstandig ondernemer veranderd. Deze hebben betrekking op de aangifte voor 2010.
• Om in aanmerking te komen voor de oudedagsreserve en de ondernemersaftrek moet u voldoen aan het urencriterium. Dit geldt vanaf 2010 niet meer voor de MKB-winstvrijstelling als onderdeel van de ondernemingsaftrek.
• Nieuw in 2010: de zelfstandigenaftrek wordt alleen verrekend met winstinkomen en niet meer met eventueel ander inkomen. De zelfstandigenaftrek kan voortaan in de negen daaropvolgende jaren alsnog verrekend worden met de winst.
• Er is een eind gekomen aan de versoepeling van de verliesverrekening 2008. Het ging om een tijdelijke regeling vanwege de kredietcrisis. Ondernemers mochten ondernemingsverlies uit 2008 voorlopig verrekenen met ondernemingswinst uit 2007. Hierbij was het niet noodzakelijk dat er al aangifte over 2008 was gedaan; een inschatting van het verlies op basis van bijvoorbeeld conceptcijfers was voldoende. Deze versoepeling was volgens plan op 1 juli 2010 afgelopen.
• Wie heeft geprobeerd om belasting te ontduiken, kan nog tot inkeer komen. De 'inkeerregeling' biedt 2 jaar lang tijd om de aangifte te verbeteren. Tot nu toe werd er dan 15% boete geheven. Per 1 juli 2010 is deze boete verhoogd naar 30%, aldus de Belastingdienst. En wie geen spijt heeft en het erop laat aankomen? Die riskeert een boete van maximaal 300%.
Wanneer bent u ondernemer?
Ook als zelfstandige zonder personeel hebt u fiscale rechten en plichten. Voor de belasting bent u ondernemer wanneer u minimaal 1225 uur per jaar besteedt aan uw onderneming. Bovendien moet u voldoende tijd besteden aan uw onderneming: meer dan 50% van de tijd die u werkt. Deze voorwaarde geldt niet als u in de afgelopen vijf jaar geen ondernemer was.
Welke rechten en plichten heeft u?
- inkomstenbelasting en aftrekposten
- administratie, zorgverzekering en btw
- tijdelijke fiscale maatregelen in verband met de crisis
• inkomstenbelasting en aftrekposten
U bent inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen verschuldigd over de winst uit uw onderneming. De premie volksverzekeringen wordt verwerkt in de twee laagste tariefschijven. Als ondernemer kunt u aanspraak maken op een aantal fiscale faciliteiten (aftrekposten), zoals de oudedagsreserve (FOR) en de ondernemersaftrek. Hiervan kunt u gebruik maken bij de aangifte van uw inkomen voor de inkomstenbelasting. Om in aanmerking te komen voor de oudedagsreserve en de ondernemersaftrek moet u voldoen aan het urencriterium. Dit geldt vanaf 2010 niet meer voor de MKB-winstvrijstelling als onderdeel van de ondernemingsaftrek.
Voor starters (eerste 3 jaar) bestaat bovendien een aantal aangepaste fiscale regelingen, zodat zij een betere kans krijgen om hun bedrijf op te zetten.
• administratie
De administratie vormt de basis van uw aangiften. Het is dus belangrijk alle aantekeningen en berekeningen te bewaren naast de facturen, bankafschriften, contracten, agenda’s, correspondentie en databestanden. Voor de aftrekposten zelfstandigenaftrek en meewerkaftrek is het belangrijk dat u een urenadministratie van u en eventueel uw fiscale partner bijhoudt. De standaardtermijn dat u uw administratie moet bewaren voor eventuele controle door de Belastingdienst: zonder onroerend goed zeven jaar en met bezit van onroerend goed tien jaar.
Kijk voor het bijhouden van uw autokosten onder autokosten bij Welke aftrekposten zijn nog meer interessant?
• zorgverzekering
Als zzp'er moet u zelf de inkomensafhankelijke bijdrage betalen bovenop de premie aan de zorgverzekeraar. Het percentage in 2010 voor een zzp'er in de bouw is 4,95% van de winst met een maximumbijdrage van € 1.642 bij een maximaal bijdrage-inkomen van € 33.189.
U betaalt de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) aan de Belastingdienst. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger uw bijdrage. Met deze bijdrage betaalt u mee aan de kosten van de Nederlandse gezondheidszorg.
• btw
Een zzp'er moet aan zijn klanten btw in rekening brengen. Deze belasting op uw omzet wordt door accountants en de Belastingdienst ook wel omzetbelasting genoemd. In de bouw is het gebruikelijk dat zzp'ers niet zelf over al hun werkzaamheden btw heffen. Zij zijn namelijk vaak onderaannemer en worden in die rol geacht om de btw te 'verleggen’ naar de hoofdaannemer. Die dient de btw te heffen en vervolgens af te dragen.
Als niet meer dan € 15.000 of minder dan € 1883 per kwartaal moet worden afgedragen, is de aangifte elke drie maanden met een deadline van 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober. Zie ook de website van de Belastingdienst.
Eventueel kan teruggave worden aangevraagd over oninbare vorderingen. Deze verloopt niet via de reguliere aangifte, maar moet door middel van een afzonderlijk schrijven worden aangevraagd bij de Belastingdienst. Daarbij dient duidelijk gemaakt te worden dat de vordering echt oninbaar is. Dit kan bijvoorbeeld door het tonen van alle herinneringen, maar bijvoorbeeld ook door het tonen van een brief van de curator waaruit blijkt dat de vordering geheel of gedeeltelijk niet meer voor uitkering in aanmerking komt. Kijk voor meer informatie over btw-tarieven op onze site onder het hoofdstukje btw.
• tijdelijke fiscale maatregelen in verband met de crisis
Sinds kort bestaan er stimuleringsmaatregelen voor ondernemers die door de economische crisis in de problemen zijn geraakt. De meeste maatregelen zijn tijdelijk. Om er gebruik van te maken, dient u aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zie hiervoor de website van de Belastingdienst.
Wat moet u weten over de Fiscale oudedagsreserve (FOR)?
De FOR lijkt een aantrekkelijke aftrekpost voor uw inkomstenbelasting, maar pas op! U bouwt hiermee GEEN PENSIOEN op en over het FOR-bedrag moet u later alsnog BELASTING BETALEN.
Met de fiscale oudedagsreserve (FOR) kan een ondernemer geld opzij zetten voor pensioen; hij heeft daarmee een aftrekpost voor zijn inkomstenbelasting. Hiermee wordt vooruit gelopen op het fiscale voordeel van een pensioenvoorziening. Het geld blijft in de onderneming en kan omgezet worden in een lijfrente. Wanneer u geen pensioenvoorziening treft, dan staat hiervoor wel een bedrag in de boeken waarover u dus belasting moet betalen wanneer u stopt met werken. De oudedagsreserve mag niet groter zijn dan het ondernemingsvermogen. Heeft u premies moeten betalen voor een verplicht gestelde pensioenregeling, dan moet u deze premie in mindering brengen op het gestelde maximumbedrag.
De toevoeging aan uw oudedagsreserve over een kalenderjaar is 12% van de winst, met in 2010 een maximum van € 11.811. De toevoeging vermindert u met de pensioenpremie die u al van de winst hebt afgetrokken. De pensioenpremie is maximaal het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar uitkomt boven de oudedagsreserve aan het begin van het kalenderjaar.
Het is belangrijk om geld te reserveren voor het betalen van belasting over de FOR. Ook kunt u op elk gewenst moment een lijfrente aankopen. Dan zorgt u ervoor dat daadwerkelijk een oudedagsreserve wordt opgebouwd en niet alleen een schuld aan de Belasting.
Als het al slecht gaat met uw onderneming, is de FOR een vervelende regeling. U moet op dat moment ook nog eens belasting betalen. Bedenk dus goed wat u doet!
U moet belasting over het gereserveerde bedrag voor de FOR betalen in de volgende situaties:
- als u (deels) met uw bedrijf stopt
- wanneer u geen 1225 uur per jaar werkzaam bent in uw bedrijf
- wanneer u 65 jaar wordt.
Ingeval het FOR-bedrag uw ondernemingsvermogen overtreft, mag geen toevoeging meer worden gedaan.
Als een ondernemer besluit om geen lijfrente af te sluiten en af te rekenen met de belasting, betaalt hij belasting over het nominale bedrag dat indertijd als FOR is geboekt.
Als een zzp'er stopt met zijn bedrijf, krijgt hij een extra aftrekpost van de Belasting van € 3.630. Deze stakingsaftrek kan worden toegepast op het bedrag dat u met de fiscus moet afrekenen over de FOR. Uw accountant kan u hierover nader informeren.
TIP 1
Als u de FOR gebruikt voor een lijfrente, hoeft u geen pensioentekort aan te tonen. Het bedrag dat u voor pensioen mag reserveren via de FOR, 12% van uw winst, komt hoger uit bij een winst tot € 30.000 en kan dus meer lijfrentepremieaftrek opleveren. Bij een lage winst speelt natuurlijk wel mee of er voldoende financiële ruimte is om iets opzij te zetten voor later. Om een volwaardige oudedagsvoorziening te kunnen opbouwen via de FOR mag het gereserveerde bedrag van de oudedagsreserve het ondernemingsvermogen niet overstijgen. Zzp'ers met een klein ondernemingsvermogen - vaak alleen wat gereedschap- kunnen dus vaak niet voldoende sparen via de FOR. Zzp'ers met een hogere winst dan € 30.000 kunnen het bedrag dat zij fiscaal aantrekkelijk mogen wegzetten voor de oude dag, beter bepalen door middel van de jaarruimte. Dit zal dan op een hoger bedrag uitkomen.
TIP 2
Heeft u de FOR gebruikt en deze als aftrekpost benut, dan moet u alsnog met de Belastingdienst afrekenen als u stopt met uw bedrijf. Om te voorkomen dat u dit bedrag in één keer moet betalen, kunt u op de pensioendatum een lijfrente afsluiten. De belasting wordt dan met de uitkering van periodieken verrekend.
Waaruit bestaat de ondernemersaftrek?
De ondernemersaftrek is een optelsom van aftrekposten die u kunt toepassen op uw belastbare winst. Deze bestaat uit de volgende onderdelen:
- de zelfstandigenaftrek
- de startersaftrek
- de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
- de MKB-winstvrijstelling
- de meewerkaftrek
- de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
- de stakingsaftrek
zelfstandigenaftrek
U heeft recht op de zelfstandigenaftrek als u voldoet aan het urencriterium van 1225 uur en als u aan het begin van het jaar nog geen 65 jaar bent. De zelfstandigenaftrek is afhankelijk van de hoogte van de winst: hoe hoger de winst, hoe lager de zelfstandigenaftrek.
Nieuw in 2010: de zelfstandigenaftrek wordt alleen verrekend met winstinkomen en niet meer met eventueel ander inkomen. De zelfstandigenaftrek kan voortaan in de negen daaropvolgende jaren alsnog verrekend worden met de winst.
| Winst van | Tot | Zelfstandigenaftrek |
| - | € 13.960 | € 9.427 |
| € 13.960 | € 16.195 | € 8.764 |
| € 16.195 | € 18.425 | € 8.105 |
| € 18.425 | € 52.750 | € 7.222 |
| € 52.750 | € 54.895 | € 6.593 |
| € 54.895 | € 57.220 | € 5.895 |
| € 57.220 | € 59.450 | € 5.204 |
| € 59.450 | en hoger | € 4.574 |
startersaftrek
Was u in één of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer? En is bij u in die periode niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek toegepast? Dan wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met een startersaftrek van € 2.110.
Om het starten van een onderneming vanuit een dienstbetrekking te blijven stimuleren en ondersteunen, mogen starters gedurende drie jaar de zelfstandigenaftrek verrekenen met ander inkomen.
startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
Om in aanmerking te komen voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, geldt het verlaagde urencriterium van minimaal 800 uren. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid blijft ongewijzigd: in het eerste jaar € 12.000, in het tweede jaar € 8.000 en in het derde jaar € 4000. De aftrek kan niet hoger zijn dan uw winst.
de MKB-winstvrijstelling
De MKB-winstvrijstelling is een vast percentage van de winst vrij van belasting. Voor de winst van 2010 vervalt het urencriterium (minimaal 1.225 uur) als voorwaarde. Mensen die naast een baan een onderneming hebben en deeltijdondernemers kunnen daardoor voor 2010 ook gebruik maken van de winstvrijstelling. Het percentage wordt voor 2010 met 1,5% verhoogd tot 12%.
Voorafgaand aan de aftrek van 12% winstvrijstelling moeten eerst de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek worden toegepast.
meewerkaftrek
U heeft recht op de meewerkaftrek als uw partner in uw onderneming werkt zonder daarvoor te worden betaald. Wilt u in aanmerking komen voor de meewerkaftrek, dan moet u zelf aan het urencriterium voldoen. Dat wil zeggen dat u zelf ten minste 1225 uren in het jaar heeft besteed aan werk in uw onderneming. De uren van uw partner tellen daarbij niet mee.
| Aantal meegewerkte uren | Aftrek |
| minder dan 525 | geen aftrek |
| 525 - 875 | 1,25 % van de winst |
| 875 - 1.225 | 2 % van de winst |
| 1.225 - 1.750 | 3 % van de winst |
| 1.750 of meer | 4 % van de winst |
U moet het aantal meegewerkte uren aannemelijk kunnen maken. Het bedrag van de meewerkaftrek is voor uw fiscale partner geen inkomen. Uw fiscale partner hoeft daarover geen belasting te betalen.
TIP
Het kan gunstiger zijn om uw partner in loondienst te nemen bij een inkomen van meer dan €5.000. Informeer hiernaar bij uw accountant.
aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
Het bedrag van aftrek is voor 2010 € 12.031. Als u in één of meer van de vijf voorgaande kalenderjaren geen ondernemer was, heeft u recht op een extra aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk van nog eens € 6.017.
Als u ten minste 500 uur per jaar besteedt aan speur- en ontwikkelingswerk, kunt u een zogenaamde S&O-verklaring aanvragen bij SenterNovem. U komt bijvoorbeeld voor zo'n verklaring in aanmerking als u een technisch nieuw product ontwikkelt. Op de website van SenterNovem vindt u hierover meer informatie.
Met zo'n S&O-verklaring heeft u recht op een aftrek van € 12.031. Startende ondernemers hebben recht op een extra aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk van nog eens € 6.017.
stakingsaftrek
Als u uw bedrijf stopt of overdraagt (verkoopt), heeft u recht op stakingsaftrek. Voor ondernemers die hun bedrijf geheel staken, geldt een stakingsaftrek van maximaal € 3.630. Een ondernemer kan maar eenmaal in zijn leven gebruikmaken van de stakingsaftrek.
Heeft u de onderneming gekregen door middel van de zogenoemde geruisloze doorschuiving in de familiesfeer? Dan geldt als voorwaarde dat u de onderneming langer dan drie jaren voor uw rekening moet hebben gedreven.
Welke aftrekposten zijn nog meer interessant?
- kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Als u in 2011 een bedrag tussen € 2.200 en € 300.000 investeert in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De bedrijfsmiddelen waarin u investeert, moeten dan wel in aanmerking komen voor investeringsaftrek. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is een percentage van al uw investeringen. Hoe hoog het percentage is, hangt af van het geïnvesteerde bedrag.
| meer dan | niet meer dan | investeringsaftrek |
| € 2.200 | 0% | |
| € 2.200 | € 54.000 | 28% |
| € 54.000 | € 100.000 | € 15.120 |
| € 100.000 | € 300.000 | € 15.120, verminderd met 7.6 % van het gedeelte van het investeringsbedrag boven de € 100.000 |
| € 300.000 | 0 |
| meer dan | niet meer dan | investeringsaftrek |
| € 2.200 | 0% | |
| € 2.200 | € 54.324 | 28% |
| € 54.324 | € 100.600 | € 15.211 |
| € 100.600 | € 301.800 | € 15.211, verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag boven de € 100.600 |
| € 301.800 | 0 |
- willekeurig afschrijven
In het jaar dat startersaftrek geldt of het jaar daarvoor, mag u de kosten van aangeschafte bedrijfsmiddelen in één keer van de omzet aftrekken. Bij verkoop binnen vijf jaar moet rekening worden gehouden met desinvesteringsbijtelling.
- desinvesteringsbijtelling
Hebt u bedrijfsmiddelen vervreemd (onder andere verkocht of geschonken) waarvoor u in vorige jaren investeringsaftrek hebt toegepast? Dan kan het zijn dat u een deel van die aftrek moet terugbetalen. Zie voor meer informatie de site van de Belastingdienst
- autokosten
U kunt uw auto privé-eigendom houden en daarvoor 19 cent per kilometer claimen. Dit kunt u aftrekken van de winst. Of u rijdt 20.000 km. Dan mag u daarvoor € 3.800 + btw-aftrek van 70% van de kosten voor brandstof en onderhoud van de winst aftrekken. Bij deze keuze moet u wel nauwkeurig uw kilometers bijhouden.
Ook kan de auto door de zaak betaald worden. Dan kunt u alle autokosten aftrekken van de winst, maar daar staat tegenover dat 25% van de cataloguswaarde bij uw inkomen moet worden opgeteld plus een correctie voor privégebruik van de btw.
Als u vrijwel uitsluitend zakelijke kilometers maakt, kunt u volledig aan de bijtelling ontsnappen. U moet dan wel bewijzen dat u jaarlijks niet meer dan 500 kilometer privé rijdt in uw zakenauto.
Meer informatie vindt u op de website van de Belastingdienst.
- scholing
Scholing is volledig aftrekbaar voor zover deze noodzakelijk is voor het voortbestaan van de onderneming of het up-to-date houden van de kennis. Alle andere scholing is niet aftrekbaar. Wel kan iemand als privé-persoon scholingskosten aftrekken vanaf € 500 tot maximaal €15.000. Deze grens wordt strikt aangehouden.
Voor een ondernemer zijn ook de reis- en verblijfkosten tot een bedrag van maximaal € 1.500 aftrekbaar, waarbij rekening gehouden moet worden met de aftrekbaarheid van maaltijden en consumpties van 73,5%.
- contributie
Het lidmaatschap van FNV ZBo kostte in 2010 € 190 per jaar. Deze kosten zijn aftrekbaar van de belasting. Bij een belastingpercentage van 42% krijgt u € 80 terug van de belasting.
Welke belastingtarieven gelden voor de aangifte over 2010?
| Belastbaar inkomen uit woning en werk |
Belasting | Premie | Totaal | Belasting | ||
| 1e schijf | € 0 - € 18.218 | 2,3 % | 31,15 % | 33,45 % | € 6.093 | |
| 2e schijf | € 18.218 - € 32.738 | 10,8 % | 31,15 % | 41,95 % | € 6.090 | |
| totaal | 1e en 2e schijf | € 12.183 | ||||
| 3e schijf | € 33.738 - € 54.367 | 42 % | - | 42 % | € 9.084 | |
| totaal | 1e + 2e + 3e schijf | € 21.267 | ||||
| 4e schijf | meer dan € 54.367 | 52 % | - | 52 % |
Samen aangifte doen: fiscaal partnerschap
Soms is het lastig om voor aftrekposten te bepalen wie deze kosten heeft betaald: u of uw echtgenoot, partner of huisgenoot. Bijvoorbeeld omdat u samen een bankrekening hebt. Bent u het hele jaar fiscale partners of
kiest u hiervoor? Dan maakt het niet uit wie de kosten heeft betaald. U kunt de gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten verdelen tussen uzelf en uw fiscale partner.
Fiscaal partnerschap betekent dat echtgenoten, samenwoners (partners) of huisgenoten het saldo van bijvoorbeeld de aftrek eigen woning onderling mogen verdelen. Het maakt niet uit welke verdeling u maakt, als het totaal maar 100% is.
Als u kiest voor fiscaal partnerschap, levert dat meestal het grootste belastingvoordeel op. In sommige gevallen hebt u er geen belastingvoordeel van, maar ook geen nadeel. Bij voor wie geldt fiscaal partnerschap? leest u wie fiscale partners van elkaar kunnen zijn en welke inkomsten en aftrekposten u als fiscale partners mag verdelen. Als u niet het hele jaar fiscale partners bent, geeft ieder zijn eigen inkomsten en aftrekposten aan.
Vanaf 2011 gelden andere regels voor wie fiscaal partner van elkaar kunnen zijn. Voor gehuwden en geregistreerden verandert er niets, maar voor ongehuwde samenwoners vervalt de keuzemogelijkheid. Woont u ongehuwd samen, maar heeft u een notarieel samenlevingscontract met elkaar gesloten, dan bent u fiscaal partner. Heeft u dat niet, maar wilt u wel fiscale partners van elkaar zijn, dan kunt u dat toch zijn als u op hetzelfde adres bent ingeschreven bij de basisadministratie persoonsgegevens en:
- samen een kind heeft gekregen of erkend of
- elkaar als partner heeft aangemeld bij uw pensioenregelingen of
- samen een huis heeft gekocht.
U moet actie ondernemen als u nog niet aan tenminste één van de genoemde voorwaarden voldoet.
Terug naar het overzicht van de fiscale regels.